Taal


De officiële taal van Jamaica is Engels. De meerheid van de bevolking spreekt echter het Jamaicaans Patois, een Creoolse taal. Het Patois is ontstaan doordat mensen vanuit verschillende delen van de wereld met uiteenlopende moedertalen met elkaar moesten kunnen communiceren. Een gesimplificeerd Engels vormde de basis. Verder herbergt het Patois woorden en zinsbouw uit verschillende Afrikaanse talen, waaronder het Akan en Yoruba, uit andere Europese talen (Spaans en Portugees) en uit Aziatische talen (Hindoestaans en Mandarijn). Dit ontwikkelde zich zo geleidelijk tot een taal, met eigen grammaticale regels, die voor de meeste Jamaicanen de dagelijks gebruikte taal is. Het Britse Engels of "The Queen's English" wordt vooral gebruikt in meer officiële situaties, in onderwijs, bestuur en zakenwereld.

Ook de taal van de rastafari’s komt hier en daar tevoorschijn in het dagelijks gebruikte patois. Enorm belangrijk is het zelfwaardegevoel van de zwarte. De rasta is trots op zijn ego, en dit is ook merkbaar in de taal die hij gebruikt. Een rasta spreekt steeds in de eerste persoon. ‘We’ is ‘I and I’ geworden. ‘I’ benadrukt individualiteit, onafhankelijkheid en oorspronkelijkheid, in tegenstelling tot het in Jamaica ingeburgerde ‘me’ in de eerste persoon enkelvoud. Vandaar dat I is terug te vinden in een heleboel woorden die in de rasta taal zijn verbogen: ‘I-rie’ is ‘good’ of ‘positive’, ‘I-tal’ staat voor ‘natural’ of ‘vital’, ‘divine’ wordt ‘I-vine’, ‘brother’ wordt ‘I-bro’