Tosh werd geboren als Winston Hubert McIntosh op 9 oktober 1944. Hij was één van de grootste reggaesterren in de jaren '70.
Als tiener werd hij bekend als oprichter van The Wailing Wailers, met Bob Marley en Bunny (Livingston) Wailer. Buiten de releases met de groep nam hij ook een aantal solo singles op, vaak met begeleiding van de groep. Hij veranderde zijn artiestennaam steeds, van McIntosh, Touch naar Tosh.
Hij zong, speelde gitaar en keyboard met The Wailers, zoals de band aan het eind van de jaren '60 heette. Toen de band begon met producer Chris Blackwell van Island Records waren hij en Bunny nog steeds van de partij. Maar Blackwell duwde Marley steeds meer in de positie van leider van de groep, die inmiddels bekend was als Bob Marley & The Wailers.
Tosh en Livingston bleven echter bij de band en brachten de eerste elpees met Marley uit, 'Catch A Fire' en 'Burnin''. Tosh was ook songwriter, net als Marley, maar profileerde zich minder dan hem. Nummers als 'Get Up, Stand Up' en 'Go Tell It On The Mountain' zijn echter door Tosh geschreven.
In 1974 verlieten hij en Livingston The Wailers en sloegen allebei een eigen weg in. Hij ging zelf verder nummers uitbrengen op z'n eigen label. De nummers verkocht hij dan door aan grote labels als Island. 'Legalize It' was z'n eerste album. De titelsong slaat op het feit dat 'the herb' moet worden gelegaliseerd. In 1978 fungeerde hij als openeningsact voor The Rolling Stones. Ook bracht hij een single uit
met Jagger 'You've gotta walk (don't look back)'. Peter Tosh heeft toegegeven dat hij Jagger eigenlijk alleen maar gebruikt heeft om zichzelf bekender te maken.
Tosh begon een eigen band te formeren "Word, Sound & Power", met de beroemde ritme-sectie van Sly Dunbar en Robbie Shakespear. Hij maakte albums als "Bush Doctor", "Crystal Ball" en "Captured Live". Eén van de bekendste nummers van Tosh is "Johnny B Good", een cover van een nummer van Chuck Berry.
Tosh' leefstijl bracht hem vaak in problemen met de wet, en meer dan eens zat hij in de gevangenis voor illegaal bezit van marihuana. Toen hij bij een groot optreden openlijk marihuana rookte en uitgebreid uitlegde aan de regering waarom het gelegaliseerd moest worden, werd hij een dag later in elkaar geslagen door de politie. In 1987 werd hij vermoord tijdens een overval in zijn huis in Jamaica.
Tosh barste van het talent, net als Marley, maar zo makkelijk als het bij Marley naar buiten kwam, zo stug ging het bij Tosh. Hij was het tegenovergestelde van Marley. Marley was open en vriendelijk, Tosh was stug en afstandelijk.