"Simmer Down" was de eerste singel die The Wailing Wailers uitbrachten onder het Coxsone label tijdens de laatst weken van 1963. In januari was het een nummer 1 hit in Jamaica, een positie waar het 2 maanden lang bleef staan. De groep - Bob, Bunny en Peter samen met Junior Braithwaite en 2 achtergrondzangeressen Beverly Kelso en Cherry Smith - waren groot nieuws.

"Simmer Down" was een sensatie in Jamaica en The Wailers begonnen regelmatig opnames te maken voor Coxsone Dodd's Studio One Company. De groep sneed ook nieuwe thema's aan, zij konden zich identificeren met de Rude Boy straat rebellen in de achterbuurten van Kingston. Over de volgende jaren brachten The Wailing Wailers een dertigtal nummers uit, die van de groep een vaste waarde maakten.

In weerwil van hun populariteit, verlieten 3 mensen - Junior Braithwaite, Beverly Kelso en Cherry Smith - de groep. Bob's moeder, Cedella, was hertrouwd en verhuisde naar Delaware in de Verenigde Staten, waar ze genoeg gespaard had om haar zoon een vliegtuigticket te sturen. Het was de bedoeling dat Bob daar een nieuw leven zou kunnen beginnen. Maar voor hij naar Amerika trok, ontmoette Bob een jong meisje genaamd Rita Anderson en, op 10 februari 1966 trouwden ze.

Marley's verblijf in de Verenigde Staten was van korte duur. Hij werkte net genoeg om zijn echte ambitie, de muziek, te kunnen financieren. In oktober 1966, na 8 maanden in Amerika, keerde Bob terug naar Jamaica. Het was een vormingsperiode in zijn leven. In april van dat jaar had de keizer Haile Selassie een staatsbezoek aan Jamaica gebracht. Toen Bob zich terug in Kingston vestigde had de Rastafari-beweging een nieuw geloof gekregen.

Bob Marley werd steeds meer door de Rastafari aangetrokken. In 1967 kwam zijn nieuw geloof tot uiting in zijn muziek. Gedaan met de Rude Boy thema's, in hun plaats groeide een verbintenis tussen spirituele en sociale stromingen, de hoeksteen van zijn echte nalatenschap.

Marley verenigde zich terug met Bunny en Peter tot een groep, genaamd The Wailers. Ook Rita begon een zangcarrière en scoorde een grote hit met "Pied Piper", een cover van een Engelse popsong. Jamaicaanse muziek was aan het veranderen. De donderende ska-beat werd vervangen door een trager, meer sensueel ritme genaamd Rock Steady.

The Wailers' nieuwe verbintenis met de Rastafari bracht hen in conflict met Coxsone Dodd. De groep nam de toekomst in eigen handen en richtte het platenlabel Wail 'N' Soul op. Op enkele succesjes in het begin na, ging het niet zo goed met de zaken en het label werd eind 1967 opgedoekt.